Een Veilig Nest

‘The trouble with toys’ – deel 1: Wat is speelgoed?

Geplaatst op

In de aanloop naar de eerste Nederlandse speelgoedconventie van een Veilig Nest schrijft Ingrid Elbertse, project coördinator van een Veilig Nest, iedere dag een stukje over speelgoed en schadelijke stoffen.

De komende tijd zullen weer voor vele miljoenen vele kinderen blij worden gemaakt met My littlest petshop, Hello Kitty, Thomas de Stoomlocomotief, een knuffel, verkleedkleren, puzzels, computerspelletjes en ga zo maar door. En al dat speelgoed is veilig, want ‘anders zou het niet verkocht worden.’ Daar hebben we regels voor: de Europese richtlijn betreffende de veiligheid van speelgoed, kortweg speelgoedrichtlijn, als belangrijkste. Speelgoed moet veilig zijn voor de kinderen, waar het immers  speciaal voor gemaakt is: vrij van stoffen die kanker veroorzaken, het zenuwstelsel kunnen beschadigen, de hersens aantasten, het gedrag veranderen, de vruchtbaarheid beschadigen of een allergie kunnen veroorzaken. Toch?

 

Probleem 1 – Wat is speelgoed?

Loop een speelgoedwinkel in en je ziet schappen vol met poppen, spelletjes, sieraden, actiepoppen, auto’s en afhankelijk van het seizoen, sleden, schaatsen, zwembanden en skateboards. Allemaal speelgoed! Niet dus.

De speelgoedrichtlijn, zegt wat speelgoed precies is, dus voor welke producten de regels over veiligheid precies gelden.

In eerste instantie zegt deze richtlijn wat de meeste ‘gewone’ mensen zouden denken:
onder speelgoed wordt verstaan: producten die,al dan niet uitsluitend, ontworpen of bestemd zijn om door kinderen jonger dan 14 jaar bij het spelen te worden gebruikt (hierna te noemen speelgoed). Dan volgt een lange lijst met uitzonderingen.

Een kleine greep uit wat geen speelgoed is, al zou menigeen denken van wel:
– kinderaccesoires (bijvoorbeeld kindersieraden)
– zwembandjes en dergelijke (ook de paarse krokodil is geen speelgoed, als hij langer is dan 1.20m)
– kinder make-up, ongeacht of ze in een voor kinderen als speelgoed ervaren verpakking zitten zoals een namaak mobieltje
– producten voor verzamelaars, zoals sommige bouwpakketten, poppen en replica’s
– rolschaatsen, inline skates, maar ook fietsen boven een bepaalde zadelhoogte, en sommige autopeds
– puzzels met meer dan 500 stukjes
– spelcomputers en computerspelletjes
– dingen met scherpe punten als dartpijltjes
– speelgoed bedoeld ter ondersteuning voor onderwijs
en ga zo nog maar even door.

Geeft niks, zou je denken, maar voor deze niet- speelgoedartikelen gelden dus andere meestal minder strenge, chemische veiligheidseisen dan voor speelgoed. Want grote mensen kunnen immers meer hebben dan kleine kinderen.

Reacties