Een Veilig Nest

Onderzoek

Borstkanker en het milieu

Geplaatst op

3 minuten leestijd

De ellende,de pijn en de angst die horen bij borstkanker, geen enkele vrouw ter wereld zou dit moeten, nee mogen doormaken. Veel vrouwen worden door de ziekte overvallen als die bij hen of een dierbaar persoon in hun omgeving wordt geconstateerd.

Kan borstkanker voorkomen worden?

Al sinds de jaren zestig wordt de toename van borstkanker in verband gebracht met ons meer en meer vervuilde milieu. Toch negeren in Nederland zowel overheid en veel kankerorganisaties die bewijzen.  In onze buurlanden begint dit al te veranderen. De Vlaamse tegenhanger van het KWF, Kom op tegen Kanker, geeft op hun website veel informatie over bewezen milieufactoren  En in het Verenigd Koninkrijk is ook Breastcancer UK, heel actief op dit vlak, door het mede ondersteunen van preventiecampagnes. 

Borstkanker is een multifactoriële ziekte. Dit houdt in dat borstkanker ontstaat door een combinatie van meerder milieu- en genetische factoren. Toch worden belangrijke factoren voor het ontstaan van kanker gemist, omdat schadelijke stoffen- in het lichaam van de vrouw- alleen worden gemeten bij constatering van de ziekte. Daardoor ontstaat een vertekend beeld van factoren die mogelijk de ziekte kunnen veroorzaken.

Welke risicofactoren op borstkanker zijn nog niet officieel?

We vermoeden dat blootstelling aan gifstoffen een grote rol speelt in die 50 tot 70% onverklaarbare gevallen van borstkanker. De kans op borstkanker in West Europa is 60% groter dan in Oost-Europa.

Wat zijn de niet-officieel geaccepteerde risicofactoren:

  • Blootstelling aan hormoonverstorende stoffen
  • Blootstelling aan licht gedurende de nacht
  • Stress
  • Beroepsmatige blootstelling
  • Nachtdienst en wisseldiensten
  • Borsttrauma

Er is veel onderzoek dat wijst op een relatie tussen borstkanker met ons vervuilde milieu en de lichaamsvreemde stoffen, die gebruikt worden in producten en op de werkplek. Dit zijn onder andere pesticiden, industriële chemische stoffen, verfstoffen, chloorhoudende oplosmiddelen, dioxinen (dit is een verbinding die ontstaat bij de verbranding van metalen waar chloor bij vrijkomt), ftalaten, parabenen en metalen.

Ruim 280 door de mens geproduceerde chemische stoffen zijn aangetroffen in navelstrengbloed en zo’n 300 stoffen in menselijk vetweefsel. Daarbij zitten ongeveer 250 stoffen die oestrogeen nabootsen of de werking ervan verstoren.

Van de 100.000 chemische stoffen, die gebruikt worden op werkplekken wereldwijd, zijn nauwelijks 1 op de 100 zorgvuldig getest op risico’s voor de gezondheid.

Preventie

Kankerorganisaties leggen het accent vooral op risicofactoren die gerelateerd zijn aan levensstijl (gebruik van alcohol, te laat kinderen krijgen, weinig sporten, we geven niet genoeg borstvoeding) en leggen daarmee de verantwoordelijkheid bij het individu. Vrouwen worden zo verantwoordelijk gesteld voor de ziekte, alsof het hun eigen schuld is.

Op de lange termijn is preventie het meest rendabel. Strategieën om blootstelling aan schadelijke chemische stoffen te verminderen, zullen namelijk ook een positief effect hebben op andere milieu- gerelateerde ziekten. Primaire preventie, waarin milieufactoren volledig worden meegenomen, zou daarom de basis moeten zijn voor een borstkankerstrategie in de hele Europese Unie.

Hindernissen die een effectief preventiebeleid in de weg staan:

  • Onze maatschappij is gewend geraakt aan het idee dat borstkanker een van de onontkoombare feiten des levens is;
  • Onze maatschappij is gefocust op behandeling en controle van de ziekte, en niet op primaire preventie;
  • De onzichtbaarheid van veel kankerverwekkende stoffen die geen geur en kleur hebben, creëren een “uit het oog uit het hart” mentaliteit;
  • Er valt voor instellingen en bedrijven in de gezondheidssector geen (financiële) winst te halen uit preventie.

Om effectief te kunnen zijn, moeten we bewust zijn wat de verborgen weerstand is en met een strategie komen waarmee we deze hindernissen kunnen overwinnen. We hebben allemaal recht op een gezond milieu. We moeten eraan werken om elkaar hierin te ondersteunen. Als incidentiecijfers van borstkanker kunnen toenemen, kunnen ze ook weer omlaag. Organisaties en individuen die zich inzetten voor een gifvrije toekomst dienen hierin gezamenlijk op te trekken.

WECF biedt informatie om schadelijke chemicaliën te identificeren en te vermijden. We werken in coalities met andere maatschappelijke organisaties en met het UN Environment.

Meer lezen? Borstkanker en Milieu (PDF)

 

Onderwerpen

Reacties

Reageer »

Onkruidbestrijdingsmiddel glyfosaat verhoogt risico op lymfeklierkanker met 41%

Geplaatst op

3 minuten leestijd

Een brede nieuwe wetenschappelijke analyse van het gebruik van glyfosaat, het meest gebruikte onkruidverdelgingsproduct ter wereld, heeft aangetoond dat mensen met hoge blootstelling aan deze populaire pesticiden, een 41% verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van een zeldzame vorm van lymfeklierkanker, of te wel het non-Hodgkin lymfoom (NHL).

Verhoogd risico non-hodgkin lymfoom

De auteurs van dit recente onderzoek zeggen dat hun analyse, waarbij de resultaten van eerder uitgevoerde onderzoeken zijn meegenomen, onderscheidend is van eerdere beoordelingen. “Deze paper maakt een sterkere zaak dan eerdere analyses, dat er inderdaad aanwijzingen zijn voor een verhoogd risico op NHL als gevolg van blootstelling aan glyfosaat,” zei co-auteur Lianne Sheppard, een professor op de afdeling Environmental and Occupational Health Sciences aan de Universiteit van Washington . “Vanuit het oogpunt van volksgezondheid zijn er enkele echte zorgen.”

Het bewijsmateriaal ondersteunt ook een dwingend verband tussen blootstellingen aan glyfosaat gebaseerde herbiciden en een verhoogd risico voor deze vorm van kanker. De auteurs van dit onderzoek geven wel aan dat de specifieke schattingen van het numerieke risico voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd.

Roundup

Glyfosaat zit o.a. verwerkt in het veelgebruikte bestrijdingsmiddel “Roundup” van chemiebedrijf Monsanto en is volgens Europese boerenorganisaties noodzakelijk om de voedselvoorziening op peil te houden. Critici wijzen op de schadelijke effecten voor het milieu en de gezondheid.  Glyfosaat is inmiddels al aangetroffen in bijna de helft van de onderzochte urinestalen van Europeanen en drinkwaterbedrijven klagen over resten in het oppervlaktewater.

Al meer dan 40 jaar wordt door boeren glyfosaat toegepast op gewassen. Deze chemische stof wordt o.a. toegepast bij het telen van genetisch gemodificeerde maïs en sojabonen. Volgens de laatste cijfers is dit het meest gebruikte chemische product in de landbouw ooit. De vergunning om glyfosaat in Europa te gebruiken zou eind 2016 komen te vervallen, maar de vergunning is inmiddels verlengd tot 2022.

In 2015 is al door het Internationale Agentschap voor Kankeronderzoek aangegeven dat glyfosaat “waarschijnlijk carcinogeen” is. Dat wil zeggen dat wanneer men in contact met deze stof komt, dit kanker kan veroorzaken en hoe vaker en intensiever het contact is, hoe groter de kans dat men daadwerkelijk kanker krijgt.

Ook schadelijk voor dier & milieu

Het gebruik van glyfosaat is gelinkt aan een zeer intensieve landbouw, die simpelweg niet duurzaam is. Er zijn veiligere, niet-chemische alternatieven voor glyfosaat die even effectief zijn om onkruid te bestrijden.

Daarnaast heeft niet alleen de menselijke gezondheid te lijden onder glyfosaat. De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) stelde een risico vast op lange termijn voor zoogdieren, waaronder boerderijdieren zoals schapen en koeien. Daarnaast vernietigt glyfosaat niet alleen de bedoelde onkruiden, maar ook het groen in en rond de akkers, oftewel de biodiversiteit. Genoeg redenen dus om het gebruik van glyfosaatherbiciden te verbieden.

 

Onderwerpen

,

Reacties

Reageer »

“Het anti rimpel complex, de achterkant van de cosmetica-industrie”

Geplaatst op

Smeren, smeren, smeren.. het is zo normaal in onze Westerse samenleving om cosmetica te gebruiken, maar wat voor invloed heeft dit gebruik op het milieu en ook op onze gezondheid? Er wordt vaak vergeten dat veel van onze cosmetica uiteindelijk eindigt in de afvoerputjes van onder andere de badkamer. We kopen het, smeren het en het moet toch (gedeeltelijk) ergens heen verdwijnen. Robin van Wechem vraagt hier onder andere aandacht voor in haar boek “Het anti rimpel complex, de achterkant van de cosmetica-industrie”.

Een interessant boek die de gehele cosmetica-industrie belicht, van de herkomst van de grondstoffen tot de vele producten die daarvan vervaardigd worden en hoe deze producten uiteindelijk aan de man (vrouw) worden gebracht. Shockerend als het soms kan zijn, wordt er met humor geschreven zodat ook de schrijfster zelf niet direct wanhopig wordt.

cosmetics_microplastics

Ook de oprichtster van WECF, Marie Kranendonk, is geïnterviewd voor het boek. Een kritische noot werd door Marie toegevoegd met betrekking tot beoordelingstesten van babyproducten. Bij deze testen is gebruik gemaakt van mannetjesproefdieren voor de beoordeling van de veiligheid van bepaalde stoffen. Als babyproefdieren of ongeboren proefdieren zouden worden gebruikt zouden extreem lage dosissen waarschijnlijk al schadelijk zijn. Dit betekent dat de toegestane dosering van heel veel stoffen zou moeten worden verminderd.

Uit het gehele boek kunnen veel lessen worden getrokken waar de gemiddelde consument nog nooit aan heeft gedacht. Er wordt erg veel informatie op de lezer afgevuurd, wat het soms lastig maakt om deze informatie allemaal te begrijpen en op je in te laten werken. De uiteindelijke boodschap naar een stap in de goede richting is dan weer doodeenvoudig: “smeer minder, wees wat vaker smerig en koester je onzekerheid”. Dit kan ook worden herleid naar de algemene opvatting om minder te consumeren, want de “echte” prijs van producten betalen wij niet. Deze prijs wordt overgedragen naar andere gebieden in de wereld en volgende generaties. Dus, consumeer vooral wat minder dit is goed voor de portemonnee en de aarde.

Reacties

Reageer »

De keerzijde van plastics recyclen: giftige stoffen in kinderspeelgoed

Geplaatst op

Wanneer plastics worden gerecycled, kan het gebeuren dat er giftige stoffen belanden in de nieuwe gerecyclede producten. De Tsjechische milieuorganisatie Arnika trekt aan de bel nadat hun onderzoek heeft aangetoond dat bepaalde soorten kinderspeelgoed en verzorgingsproducten die worden verkocht in de EU giftige stoffen bevatten.

Duck_510

Arnika onderzocht 47 producten, waarvan een aantal broomhoudende brandvertragers bevatten die al lang verboden zijn in de EU. Door het recyclen kan het gebeuren dat giftige stoffen in producten die lang geleden zijn gemaakt, en welke nu verboden zijn, in gebruik blijven en cumuleren. Volgens Arnika is de Europese regulering over het recyclen van plastics met giftige stoffen niet streng genoeg, met te veel uitzonderingen.

De giftige stoffen in brandvertragers worden gerelateerd aan verminderde immuniteit, en gedragsstoornissen zoals ADHD en autisme.

Wil je zeker weten dat je kind met veilig speelgoed speelt? Kies dan voor speelgoed gemaakt van natuurlijke stoffen, zoals hout en katoen.

Lees hier het hele interview met Karolína Brabcová van Arnika.

 

Reacties

Reageer »

Kijk verder dan fipronil en het ei – het spel met de maximaal toelaatbare hoeveelheid residu

Geplaatst op

WECF’s senior advisor Water & Voedselveiligheid Margriet Mantingh schreef deze brief als reactie op het fipronilschandaal deze zomer.

Zie hier de gehele brief.

Het was groot nieuws deze zomer: Nederlandse eieren – en die uit andere landen – zouden meer dan de maximaal toelaatbare hoeveelheid, of maximale residu limiet (MRL), bevatten. Een lagere MRL in ons voedsel is beter voor de gezondheid. In de regel zijn synthetische bestrijdingsmiddelen giftig, want zij hebben allen het doel om ongewenste organismen te doden, te verzwakken of te verwarren. Meer aandacht voor een middel als fipronil, een zenuwgas dat mogelijk kankerverwekkend en hormoonverstorend is, is dan ook positief.

chicken-farming-02_jpg

Echter, naast het feit dat deze stoffen schadelijk zijn en het liefst zo min mogelijk in ons voedsel voor zou moeten komen, is er ook iets anders aan de hand. De vastgestelde MRLs voor een schadelijke stof variëren per soort levensmiddel. Deze normen zijn niet altijd logisch vastgesteld. Zo mag in eieren 0,005 mg/kg voorkomen, en in een kg vet of eetbare slachtafval 0,06 mg fipronil. Vet en eetbaar slachtafval kan tot worst verwerkt worden. Andere schadelijke stoffen hebben ook variërende MRLs. Iprodione bijvoorbeeld mag 5 keer zo veel voorkomen in aardbeien als in pruimen. Het is dus erg onduidelijk wat nou eigenlijk veilige hoeveelheden voor de gezondheid zijn.

Het lijkt er op dat de normen aangepast zijn aan de praktijk in de agrarische sector. Het is tijd, dat bij de vastlegging van de MRLs in de eerste plaats de (mogelijk) nadelige gevolgen voor de gezondheid de allerhoogste prioriteit hebben. Zelfs elke vastgelegde MRL voor pesticiden die kankerverwekkend zijn of een hormoonverstorende werking hebben, kan vooral voor kwetsbare groepen nog te hoog zijn. Wij mogen dus niet alleen naar fipronil in eieren kijken!

Een veiligere optie, vooral tijdens zwangerschap, is om zoveel mogelijk biologisch en gevarieerd te eten. Dan weet je zeker dat het voedsel geen schadelijke bestrijdingsmiddelen bevat.